EEN LEKKEND KRAANTJE
(Over een imaginaire schakelaar, onontgonnen terreinen en
loodgieters….)
Er zitten onder ons, transvrouwen, aardig wat mensen met
het nodige ‘drama Queen-gehalte’ die van het kleinste muisje een reuze olifant
kunnen maken. Toegegeven, ik ontspoor ook wel eens bij uitgelopen mascara of
een jarretel-haakje dat steeds weer open
springt, maar wat ik vorige week op de blog van een zusje las, kwam recht uit
het hart. Zij kwam tot de voor haar ontstellende conclusie dat ze zich sinds
haar transitie meer en meer tot mannen aangetrokken voelt.
Het zou kunnen dat een seksuoloog mij zal tegenspreken,
maar ik geloof niet dat je seksuele geaardheid zo maar plots kan omslaan. Waar
ik wel rotsvast in geloof is dat er onontgonnen terreinen zich aanbieden en dat meestal verdrongen kantjes ontbloot
worden wanneer iemand eindelijk zichzelf gevonden heeft. Deze tante zou
kinderloos gebleven zijn moest ze in een vroeger leven nooit seks gehad hebben
met een vrouw. Ik zou ze de kost niet willen geven, de transgenders die
kinderen hebben!
Kreeg ik dan voorheen meteen een erectie bij het zien van
een sexy vrouw? Heeft iets of iemand op een bepaald ogenblik op een knopje
gedrukt waardoor ik in zwijm val voor iedere piemel die zich presenteert? Neen
lieverds, bij mijn weten beschik ik noch iemand anders over dergelijke
schakelaar. Ik ben ervan overtuigd dat het bij de geboorte bepaald is of je
homo, lesbisch, bi, transgender of ‘whatever’ bent. Het is de omkadering waarin
je ongevraagd terecht komt en de mate waarop die tolerant is, die bepaald hoe
je je gaat gedragen.
In mijn geval was er nog geen sprake van erotische
gevoelens voor het andere geslacht toen ik besefte dat ik anders was dan mijn
kameraadjes. Ik kon dat gevoel zelfs niet plaatsen. Pas wanneer de pubertijd
kwam en ik opgewonden geraakte door het satijnen onder kleedje van mijn moeder
te ‘lenen’, ontdekte ik dat het kraantje tussen mijn benen nog andere functies had dan wateren alleen. De
enige manier om mij min of meer in het openbaar te uiten, was mijn toen reeds
androgeen uiterlijk dat ik tot groot ongenoegen van mijn vader nog accentueerde
door mijn haren te laten groeien. Hij noemde mij al eens spottend ‘ons Josée’. Van
hormonentherapie of geslachtsverandering was in die tijd geen sprake. Er
bestond geen internet, geen lectuur, ik voelde mij als een alleenstaand
fenomeen waar de natuur een vergissing had begaan.
Misschien was die jongen op school bezig met een
ontdekkingsreis, ik heb het nooit geweten. Feit is dat hij zich op een vrije
woensdagnamiddag naakt heeft aangeboden. Het was als vanzelfsprekend dat ik de
ontvangende partij zou zijn. Als ik daar nu, na al die jaren nog aan terugdenk,
maakt mijn ‘kraantje ‘ nog steeds aanstalten om te gaan lekken. Ik heb me daar
nooit schuldig bij gevoeld. Toch vond ik mijzelf geen homo, ik was immers een
meisje maar durfde het niemand te vertellen.
Door onwetendheid en maatschappelijke druk om iemand van
betekenis te zijn, heb ik nadien geprobeerd vrouwen te benaderen, maar de schaarse relaties die daaruit zijn
voortgekomen zijn stuk voor stuk misgelopen. Ik heb wel het immense geluk gehad
dat ééntje van hen de moeder van mijn kinderen is geworden.
Psst!... Schuif wat dichterbij, er is een plaatsje vrij
hier op tante Jolanda’s schoot. Maar pas wel op voor mijn edele delen…
Aan de schrijfster van de bovenvermelde blog, kan ik maar
één ding zeggen: negeer nooit je seksuele gevoelens nu je eindelijk bent wie je
altijd al hebt willen zijn! Het hoort nu éénmaal bij je genderidentiteit. En
bij een lekkend kraantje heb je niet altijd een loodgieter nodig. Af en toe een
proper slipje, volstaat reeds.
Tante Jolanda